Registreer en bekijk uw matches.

Opinie: Voorstel nieuwe franchisewet mist gedegen onderzoek en analyse

Door Martine de Koning, partner en advocaat bij Kennedy van der Laan

Onlangs sloot de webconsultatie waarbij betrokkenen werden bevraagd over het voorstel voor een nieuwe franchisewet. Deze zou verhoudingen tussen franchisegevers en franchisenemers moeten verbeteren. Als verwacht zijn franchisegevers vooral negatief en franchisenemers overwegend positief over het ontwerp. Diverse brancheverenigingen en advocatenkantoren waren er niet over te spreken.

Wat direct in het oog springt is dat de wet volledig dwingendrechtelijk van aard is, wat in het commerciële contractenrecht uiterst ongebruikelijk is. En in internationaal opzicht valt Nederland ermee uit de toon, omdat de wet ook de relatie tussen partijen regelt, en niet alleen informatieverplichtingen bij aanvang.

Nader onderzoek doet de vraag rijzen of het voorstel niet tot meer onrust in de franchisesector gaat leiden, want bij het opstellen lijkt een aantal essentiële aspecten over het hoofd gezien. Om te beginnen is de basale vraag of er überhaupt behoefte is aan franchisewetgeving niet gesteld. Er is geen adequate marktanalyse is gedaan om tot een gedegen antwoord te komen. De afgelopen jaren is er in de media weliswaar veel aandacht geweest voor ontevreden franchisenemers, maar het is onbekend of het hier om incidenten of structurele problemen gaat. Relevant is hoe deze gevallen zich verhouden tot het totale aantal franchiserelaties in Nederland en in ons omringende landen.

In 2009 concludeerde het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf dat er geen structurele problemen waren. In 2014 zijn door het ministerie gesprekken gevoerd en documenten bekeken, maar die zijn niet openbaar. Er is niet aangetoond dat problemen zich regelmatig én in alle sectoren voordoen. Het is namelijk te kort door de bocht om te spreken over ‘de franchisesector’, want er zijn grote verschillen tussen grote en kleine franchisegevers en -nemers en tussen franchiseketens.

Extra financiële lasten
Wat wél vaststaat is dat problemen tussen franchisegevers en -nemers niet hebben geresulteerd in grote aantallen rechtszaken. Het is ook niet zo dat de franchisegever veel vaker wint. Ondanks dat er veel rechterlijke uitspraken voorhanden zijn, waaronder van de hoogste rechter, ontbreekt een oordeel over de effectiviteit van het huidige recht.

De meeste bepalingen van het wetsvoorstel bieden bescherming aan de franchisenemer. Een algemene verbetering van de positie van deze groep ligt voor de hand, ook al is nu nog niet te voorzien wat er bij de behandeling in het parlement gaat gebeuren.

Een al te sterke bescherming van de positie van franchisenemers kan evenwel schadelijk zijn voor de sector als geheel. Zo krijgen franchisegevers - als het aan de schrijvers van het voorstel ligt - de plicht om al vóór het sluiten van een franchiseovereenkomst op een ‘duurzame gegevensdrager’ hun handboeken te verstrekken. Dat kan de vertrouwelijke aard daarvan aantasten.

Bovendien zorgt een aantal bepalingen, zoals de goodwillvergoeding, voor extra financiële lasten voor franchisegevers. Hierbij is niet duidelijk of en hoe die zullen worden door belast aan franchisenemers en dus mogelijk aan consumenten.

Het instemmingsrecht voor franchisenemers bij wijzigingen van de formule en de hogere financiële lasten is een toetredingsdrempel voor vooral kleine en nieuwe franchisegevers. In het algemeen is het zo dat franchisegevers een ‘vlucht uit franchise’ overwegen als zij de wettelijke bescherming van hun counterparts als te ingrijpend op hun contracts- en ondernemersvrijheid ervaren. Buitenlandse franchisegevers kunnen Nederland gaan mijden of in hun contracten buitenlands recht en rechter kiezen. Dit creëert een ongelijkheid voor franchisenemers van verschillende formules en kan zelfs een negatief effect hebben op de Nederlandse economie.

Al met al is de conclusie dat een objectieve en vooral grondige probleemanalyse ontbrak bij het opstellen van het concept voor de franchisewet. De praktijk lijkt in elk geval niet het uitgangspunt te zijn geweest. Meer in het algemeen geldt dat als het functioneren van bestaand recht niet eerst in kaart wordt gebracht bij het formuleren van nieuwe wetgeving, het lastig is om op de realiteit toegesneden oplossingen in wetgeving te vatten.

Het voorstel voor een franchisewet zoals dat er nu ligt, wijkt te zeer af van wat binnen het Nederlandse contractenrecht, en internationaal, op het gebied van franchise gebruikelijk is. Het is dan ook de vraag of Nederland in internationale context nog serieus zal worden genomen als het voorstel wet wordt.
Bron: Het Financieele Dagblad


Reactie


800 formules

Matchen

Passende selectie

Persoonlijk

Direct contact

Gratis